|
Wanneer kan een discusprothese zinvol zijn? Als nauwkeurig is aangetoond dat een beschadigde tussenwervel-schijf (discus), de oorzaak is van aanhoudende rug- en beenklachten, dan is het natuurlijk logisch dat we denken aan een "reparatie" of "vernieuwing" van die "kapotte" discus. Het principe is steeds hetzelfde: oude discus-resten verwijderen en de discusruimte opkrikken.
Om te voorkomen dat alles weer in elkaar zakt moet er iets tussen (bot, cage, prothese) om die hoogte te behouden. Een discusprothese is dus zinvol ter vervanging van een (of meer) pijnlijke tussenwervelschijf(ven).
Alleen maar discusresten verwijderen helpt niet tegen rugklachten. Het is bekend dat hernia-operaties vooral verlichting kunnen geven van beenklachten, maar de rugpijn blijft bestaan of wordt zelfs erger. Bij verstijvings-operaties (via de buik of via de rug) wordt na de verwijdering van stukjes discus de verdere beweging van de pijnlijke discus geblokkeerd. Bij een ventrale spondylodese wordt de schijf via de buik vervangen door botstukjes uit de bekkenkam met of zonder kunststof. Daarna is er in principe geen beweeglijkheid meer tussen die wervels, waardoor rust ontstaat in dat stukje rug. Die "verstijfde" situatie heeft ook nadelen: doordat de scharnier-funktie is verdwenen, moeten de andere schijven de bewegingen opvangen en lopen extra risico door overbelasting. Het kan lang duren voordat de "verstijving" ook werkelijk is opgetreden. Ongeveer hetzelfde gebeurt bij een dorsale spondylodese met schroeven via de rug.
Vertel eens iets meer of de discusprothese? Bij een
discus-prothese blijft beweeglijkheid bestaan en we hoeven niet te wachten
op ingroei van bot. Een discus-prothese bestaat meestal uit twee stalen
steunplaatjes, met daartussen een plastic draaipunt. Door de constante
hoge druk in de wervelkolom blijft zo'n implantaat onwrikbaar op zijn
plaats, lijmen of schroeven is overbodig. De prothese funktioneert het beste als de wervels niet verder zijn aangetast en als het implantaat fraai in het midden staat. De beweeglijkheid van de aangrenzende
wervels blijft mogelijk en de hoogte tussen de ingezakte wervels is weer
hersteld. De aangrenzende verdiepingen van de rug worden minder overbelast dan na een verstijvings-operatie.
Bij laboratorium-onderzoek heeft een discusprothese vrijwel dezelfde beweeglijkheid als een
wervelsegment met een 'normale' menselijke tussenwervelschijf. De prothese kan op meerdere verdiepingen in de rug worden
geimplanteerd. Dokter Zeegers heeft goede ervaring met zelfs drie prothesen boven elkaar. Er wordt dus
een echte poging gedaan om de "gezonde normale situatie" weer te
herstellen. De vervanging van een tussenwervelschijf door een discus-prothese
is vooral geschikt voor gezonde mensen met een bewezen "pijnlijke beschadigde tussenwervelschijf". Dat is vaak
ook het geval na een vroegere hernia-operatie met maar voortdurende
rugklachten. Ook bij patienten met terugkerende rugklachten na een verstijvingsoperatie, kan een prothese onder of boven de verstijving veel verlichting geven. Als een verstijvings-operatie de enige uitweg lijkt, kan eerst
nog een discus-prothese worden overwogen. De beweeglijkheid van de discusprothese is tegelijkertijd
een nadeel van de discusprothese: daardoor kan een geïrriteerde zenuw
geïrriteerd blijven. Bij een echt zenuwwortel probleem dus geen
discusprothese implanteren, maar dan juist stabiliseren en/of de zenuwwortel
bevrijden.
|
|
|
|
Zijn er grote risico's bij een discusprothese? In ervaren handen: nee. De meest voorkomende risico’s van een discus-operatie zijn: onvoldoende verdwijnen van de pijn (15%), thrombose (< 0.1%), nabloeding (< 2%), aanhoudende uitstraling (5%), facetgewricht overbelasting op langere duur (%?), matige positionéring door slechte botkwaliteit (vrouwen>45 jr).
Bij jonge mannen is het
raadzaam om sperma voor de operatie bij de spermabank te laten invriezen: er
is een kans van < 0,01% dat er na de operatie op de onderste verdieping L5/S1 minder zaad tijdens de ejaculatie naar buiten komt. Meestal herstelt dat zich
later weer. De erectie blijft daarbij altijd normaal.
|
|
Al voor de operatie krijgt men een keer antibiotica
(Augmentin) en een anti-thrombose prik (Fragmin). De discusprothese-operatie wordt uitgevoerd onder
volledige narcose. Er wordt een snede onder in de buik gemaakt van ongeveer
12-25 cm afhankelijk van de buikdikte en de plaats van de "kapotte
discus". Hoe dikker men is en hoe hoger de kapotte schijf gelegen is,
hoe groter de snede. Meestal kan het dwarse litteken wel worden weggewerkt
onder de bovenrand van de onderbroek of dames-slip, maar soms is er een
verticale snede nodig. Langs het buikvlies kan zonder veel moeite de voorkant
van de wervels worden bereikt, de ingewanden lopen dus geen enkel gevaar. Nadat
de bloedvaten opzij zijn geschoven (een echte hindernis bij de implantatie)
wordt de "kapotte" tussenwervel-schijf opgespoord en verwijderd. In
de schone ruimte worden twee metalen plaatjes geplaatst: één op de
"bodem" en één aan het "plafond" en daartussen komt dan een plastic schijfje: de
"kunst-discus". Meteen zit het geheel nu voor
altijd muurvast verankerd en kan vrijwel onmogelijk verschuiven, welke
beweging de patient later ook zou maken. De wond wordt gesloten, soms met
achterlaten van een slangetje om wat overtollig bloed te laten ontsnappen,
maar dat kan meestal de volgende dag worden verwijderd. Nu kan de patient
weer wakker worden. De eerste dag krijgt men alleen een beetje te drinken, om
te voorkomen dat de maag gaat protesteren. Pas als men zich weer goed fit
voelt en de buik lekker "rommelt" mag men weer normaal eten en
drinken. Meestal is dat binnen twee dagen. Er is geen extra bedrust
noodzakelijk: zodra men daartoe in staat is, mag men vanaf een uur na de operatie
proberen op te staan en gewoon naar het toilet lopen. De wond wordt door een
klein corset gesteund. Het verdere beloop en de verblijfsduur in het ziekenhuis
is meestal 2-3 dagen. Naast de nieuwe "wondpijn"
kunnen ook de vroegere pijnen nog in de eerste drie maanden blijven bestaan. Vaak
kunnen de oude klachten als sneeuw voor de zon zijn verdwenen. Het grootste
risico is eigenlijk het niet verdwijnen van de oude pijnen. De kans op succes
is en blijft vooral afhankelijk van de nauwkeurigheid van de diagnose en de operatie-techniek. Een ervaren operateur heeft duidelijk de beste resultaten.Meestal hoeven de hechtingen niet verwijderd te worden, die zitten onderhuids
en smelten vanzelf weg. Speciale nabehandeling is
niet vereist en er worden ook geen beperkingen opgelegd.
|
|