Een typisch voorbeeld van een discusprothese behandeling...
Fabrikant, indikaties, literatuur
De techniek
Informatie over het instrumentarium



active L Het verhaal van de huidige generatie discus-prothesen is in 1984 begonnen in het Charité-ziekenhuis te Berlijn. In 1989 begon dokter Zeegers in Sittard al met implantaties van een tussenwervelschijf-prothese, de Charité-Link type III discusprothese. Natuurlijk werd niet iedereen pijnvrij, maar voor veel patienten begon er een nieuw leven na deze operatie.  Door de positieve verhalen kwamen de patienten uit heel Nederland, en kreeg dokter Zeegers rug-chirurgen uit de hele wereld op bezoek om zo’n operatie bij te wonen. Vanaf augustus 2000 is dokterZeegers alleen nog maar werkzaam in de Alpha-Klinik te München. Zijn spreekuur is ook alleen in München, in samenwerking met dr.Hoogland en dr. Schubert. Inmiddels heeft dokter Zeegers dus al ruim zeventien jaar ervaring met de discusprothese-operatie. De operatie gaat nog steeds via de buik. Gewoonlijk lopen de patienten een uur na de operatie zelfstandig naar hun kamer. De Charité-Link discusprothese werd in 2004 door de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) voor de USA goedgekeurd. Ondertussen zetten de ontwikkelingen zich voort. De instrumenten en implantaten zijn veiliger en succesvoller geworden.  De laatste jaren gebruikt dokter Zeegers de Active L discusprothese in de rug en de Mobidisc C prothese in de nek.

   

  adr activel L 2

 

Wanneer kan een discusprothese zinvol zijn?

Als nauwkeurig is aangetoond dat een beschadigde tussenwervel-schijf (discus), de oorzaak is van aanhoudende rug- en beenklachten, dan is het natuurlijk logisch dat we denken aan een "reparatie" of "vernieuwing" van die "kapotte" discus. Het principe is steeds hetzelfde: oude discus-resten verwijderen en de discusruimte opkrikken.

 

adr zeegers 1

 

Om te voorkomen dat alles weer in elkaar zakt moet er iets tussen (bot, cage, prothese) om die hoogte te behouden. Een discusprothese is dus zinvol ter vervanging van een (of meer) pijnlijke tussenwervelschijf(ven).

 

adr zeegers 2

 

Alleen maar discusresten verwijderen helpt niet tegen rugklachten. Het is bekend dat hernia-operaties vooral verlichting kunnen geven van beenklachten, maar de rugpijn blijft bestaan of wordt zelfs erger. Bij verstijvings-operaties (via de buik of via de rug) wordt na de verwijdering van stukjes discus de verdere beweging van de pijnlijke discus geblokkeerd. Bij een ventrale spondylodese wordt de schijf via de buik vervangen door botstukjes uit de bekkenkam met of zonder kunststof. Daarna is er in principe geen beweeglijkheid meer tussen die wervels, waardoor rust ontstaat in dat stukje rug. Die "verstijfde" situatie heeft ook nadelen: doordat de scharnier-funktie is verdwenen, moeten de andere schijven de bewegingen opvangen en lopen extra risico door overbelasting. Het kan lang duren voordat de "verstijving" ook werkelijk is opgetreden. Ongeveer hetzelfde gebeurt bij een dorsale spondylodese met schroeven via de rug.

 

Vertel eens iets meer of de discusprothese?

Bij een discus-prothese blijft beweeglijkheid bestaan en we hoeven niet te wachten op ingroei van bot. Een discus-prothese bestaat meestal uit twee stalen steunplaatjes, met daartussen een plastic draaipunt. Door de constante hoge druk in de wervelkolom blijft zo'n implantaat onwrikbaar op zijn plaats, lijmen of schroeven is overbodig. De prothese funktioneert het beste als de wervels niet verder zijn aangetast en als het implantaat fraai in het midden staat. De beweeglijkheid van de aangrenzende wervels blijft mogelijk en de hoogte tussen de ingezakte wervels is weer hersteld. De aangrenzende verdiepingen van de rug worden minder overbelast dan na een verstijvings-operatie. Bij laboratorium-onderzoek heeft een discusprothese vrijwel dezelfde beweeglijkheid als een wervelsegment met een 'normale' menselijke tussenwervelschijf. De prothese kan op meerdere verdiepingen in de rug worden geimplanteerd. Dokter Zeegers heeft goede ervaring met zelfs drie prothesen boven elkaar. Er wordt dus een echte poging gedaan om de "gezonde normale situatie" weer te herstellen. De vervanging van een tussenwervelschijf door een discus-prothese is vooral geschikt voor gezonde mensen met een bewezen "pijnlijke beschadigde tussenwervelschijf". Dat is vaak ook het geval na een vroegere hernia-operatie met maar voortdurende rugklachten. Ook bij patienten met terugkerende rugklachten na een verstijvingsoperatie, kan een prothese onder of boven de verstijving veel verlichting geven. Als een verstijvings-operatie de enige uitweg lijkt, kan eerst nog een discus-prothese worden overwogen. De beweeglijkheid van de discusprothese is tegelijkertijd een nadeel van de discusprothese: daardoor kan een geïrriteerde zenuw geïrriteerd blijven. Bij een echt zenuwwortel probleem dus geen discusprothese implanteren, maar dan juist stabiliseren en/of de zenuwwortel bevrijden.


De meeste patienten krijgen van te voren een discografisch onderzoek om te bevestigen dat een kapotte discus ook de pijn veroorzaakt. Soms is het zo duidelijk dat discografie niet nodig is. Bij twijfel over de exacte oorzaak van de rugpijn werd de operatie natuurlijk niet uitgevoerd. Bij sterke slijtage van de kleine rug-gewrichten, littekenweefsel rondom een oude hernia, vroegere verstijving, ontstekingen en bot-ontkalking biedt een discus-prothese geen oplossing. De leeftijd van de patienten varieerde tussen de 20 tot 67 jaar. Bij vrouwen boven de veertig jaar moet de kwaliteit van de wervels met een botdichtheids-meting worden getest. De meeste patienten kunnen na een een geslaagde discusprothese hun vroegere werk weer binnen zes weken hervatten. Jongere mensen onder de 45 jaar lijken meer baat te hebben dan de ouderen. De "ideale kandidaat" is de jongere patient (<45 jaar), zonder vroegere rug-operaties, zonder aanwijzingen voor "slijtage", zonder "andere rugafwijkingen", of voorafgaande andere rug-operaties.

 

Zijn er grote risico's bij een discusprothese?

In ervaren handen: nee. De meest voorkomende risico’s van een discus-operatie zijn: onvoldoende verdwijnen van de pijn (15%), thrombose (< 0.1%), nabloeding (< 2%), aanhoudende uitstraling (5%), facetgewricht overbelasting op langere duur (%?), matige positionéring door slechte botkwaliteit (vrouwen>45 jr).

 

Bij jonge mannen is het raadzaam om sperma voor de operatie bij de spermabank te laten invriezen: er is een kans van < 0,01% dat er na de operatie op de onderste verdieping L5/S1 minder zaad tijdens de ejaculatie naar buiten komt. Meestal herstelt dat zich later weer. De erectie blijft daarbij altijd normaal.


Hoe verloopt dat nu allemaal?

Al voor de operatie krijgt men een keer antibiotica (Augmentin) en een anti-thrombose prik (Fragmin). De discusprothese-operatie wordt uitgevoerd onder volledige narcose. Er wordt een snede onder in de buik gemaakt van ongeveer 12-25 cm afhankelijk van de buikdikte en de plaats van de "kapotte discus". Hoe dikker men is en hoe hoger de kapotte schijf gelegen is, hoe groter de snede. Meestal kan het dwarse litteken wel worden weggewerkt onder de bovenrand van de onderbroek of dames-slip, maar soms is er een verticale snede nodig. Langs het buikvlies kan zonder veel moeite de voorkant van de wervels worden bereikt, de ingewanden lopen dus geen enkel gevaar. Nadat de bloedvaten opzij zijn geschoven (een echte hindernis bij de implantatie) wordt de "kapotte" tussenwervel-schijf opgespoord en verwijderd. In de schone ruimte worden twee metalen plaatjes geplaatst: één op de "bodem" en één aan het "plafond" en daartussen komt dan een plastic schijfje: de "kunst-discus". Meteen zit het geheel nu voor altijd muurvast verankerd en kan vrijwel onmogelijk verschuiven, welke beweging de patient later ook zou maken. De wond wordt gesloten, soms met achterlaten van een slangetje om wat overtollig bloed te laten ontsnappen, maar dat kan meestal de volgende dag worden verwijderd. Nu kan de patient weer wakker worden. De eerste dag krijgt men alleen een beetje te drinken, om te voorkomen dat de maag gaat protesteren. Pas als men zich weer goed fit voelt en de buik lekker "rommelt" mag men weer normaal eten en drinken. Meestal is dat binnen twee dagen. Er is geen extra bedrust noodzakelijk: zodra men daartoe in staat is, mag men vanaf een uur na de operatie proberen op te staan en gewoon naar het toilet lopen. De wond wordt door een klein corset gesteund. Het verdere beloop en de verblijfsduur in het ziekenhuis is meestal 2-3 dagen. Naast de nieuwe "wondpijn" kunnen ook de vroegere pijnen nog in de eerste drie maanden blijven bestaan. Vaak kunnen de oude klachten als sneeuw voor de zon zijn verdwenen. Het grootste risico is eigenlijk het niet verdwijnen van de oude pijnen. De kans op succes is en blijft vooral afhankelijk van de nauwkeurigheid van de diagnose en de operatie-techniek. Een ervaren operateur heeft duidelijk de beste resultaten.Meestal hoeven de hechtingen niet verwijderd te worden, die zitten onderhuids en smelten vanzelf weg. Speciale nabehandeling is niet vereist en er worden ook geen beperkingen opgelegd. Zodra de wond goed genezen is mag men autorijden en fietsen. Na de operatie blijft conditie- en rugspier-training altijd zinvol.

 

Terug naar Soorten Operaties