|
Bij chronische (langdurige) rugklachten (met of zonder beenpijn)
zijn er altijd een aantal onzekerheden:
Over welke klachten gaat het?
Zijn die klachten meetbaar?
Welke rol speelt de persoonlijke beleving?
Waarom heeft de één meer last dan de ander?
Welke 'gewone' behandelingen kunnen verbetering geven?
Welke operatieve mogelijkheden bestaan er?
Wanneer wordt een operatieve behandeling overwogen?
Wat levert extra onderzoek dan op?
Waar komt de pijn precies vandaan?
Welke operatie is dan misschien zinvol?
Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen (sub) acute en chronische
rugklachten. Sub-acute rugklachten verdwijnen spontaan bij 90% van
de patiënten. Spontane genezing treedt meestal op binnen 6 weken.
Bij enkelen duurt die acute periode wel 3 tot 6 maanden. Dat herstel
is onafhankelijk van een behandeling. Acute lage rugklachten horen
niet thuis bij een specialist, tenzij er ook sprake is van duidelijke
zenuwwortel-irritatie met (dreigende) krachtsvermindering. Chronische
rugklachten duren langer dan 3-6 maanden en blijven jaren aanhouden
of komen minstens drie keer per jaar terug. Ook na vroegere rugoperaties
kunnen dat soort chronische klachten lang blijven bestaan, met of
zonder zogenaamde blokkades of dwanghoudingen. Met het ouder worden
verdwijnen op de lange duur de meeste rugklachten dan toch weer
vanzelf, ook al kan men zich dat tijdens de pijnlijke jaren nauwelijks
voorstellen. Al die klachten en beperkingen kunnen dan wel zeer
hinderlijk zijn, ze vormen dus meestal geen bedreiging voor de gezondheid.
Voor die langdurige rugklachten is een bezoek aan de specialist
meestal weinig zinvol, tenzij er forse lichamelijke beperkingen
blijven bestaan, die niet verbeteren door rugtraining met fitness.
Een bezoek aan een specialist is alleen zinvol als het gaat over
langdurige wisselende lage rugpijn met of zonder uitstraling naar
de bilstreek of benen, die niet meer reageert op conditie- en rugspier-training
en andere gewone behandelingen, waardoor het dagelijks funktioneren
fors beperkt wordt.
|