|
Retrograde Ejaculatie na Ventrale Spondylodese of Discus Prothese
Informatie
voor de patiënt:
Na een ventrale rug-operatie (via de buik), zoals ventrale spondylodese
met of zonder cage, of ventrale implantatie van een discusprothese
op het onderste wervelniveau L5/S1, bestaat er een minimaal
risico op een zogenaamde retrograde ejaculatie: bij het "klaar
komen" komt dan geen zaad meer uit de penis. Het zaad spuit
naar "binnen" in plaats van naar buiten. Dat zaad wordt
als het ware in de blaas gestort. Daar merkt de patiënt dus niets
van. Het zaad vermengd zich met de urine, wordt daarin opgelost
en later gewoon uitgeplast. De erectie blijft dus wel gewoon bestaan,
het "klaar komen" ook, maar normale bevruchting is dan
niet meer mogelijk.
Gewoonlijk worden dergelijke
operaties retroperitoneaal uitgevoerd, dat wil zeggen buiten
het buikvlies om. De kans op deze complicatie is bij een retroperitoneale
benadering erg laag, namelijk 0,1%, dus 1 op 1000 patiënten en dan
meestal in de oudere groep. Bij transperitoneale benadering
van L5/S1 ligt die kans hoger, namelijk op 0,4%. Transperitoneale
toegang tot de wervels is soms alleen nodig bij een recidief ingreep,
dus als er vroeger al eens aan de voorzijde van de wervels is geopereerd.
De kans op deze complicatie is in principe alleen aanwezig op het
niveau L5/S1 (de onderste wervel-verdieping). Bij operaties aan
de hogere segementen bestaat dat risico niet. Er treedt in sommige
gevallen na een jaar nog wel een herstel op van de gewone zaadlozing,
maar een exacte kans-berekening is niet te geven.
Het is dus zeker zinvol
dat jonge mannen zekerheidshalve vóór een dergelijke operatie (op
het niveau L5/S1) een zaadmonster inleveren bij de sperma-bank, indien er nog een kinderwens bestaat. Met
het bewaarde zaad kan dan later altijd de partner nog worden bevrucht
als de normale zaadlozing na de operatie niet meer terugkomt.
Informatie
voor de arts:
De op de aorta
gelegen plexus sympathicus is een voortzetting van de thoracolumbale
sympathicus keten in de retroperitoneale ruimte. De onderste plexus
ligt ongeveer op het niveau L3/L4 en de bovenste plexus op L4/L5/S1.
Daarin is veel variatie. De vezels liggen op het niveau L5/S1 dichter
bij de linker a.iliaca dan rechts. Deze bovenste plexus verzorgt
de sympathische functie van het urogenitale systeem. Het parasympathische
deel van het urogenitale systeem wordt verzorgd door de wortels
uit S1 tot S4 die naar de nervi splenici lopen. De nervus pudendus
zorgt voor de somatische funktie. Ejaculatie is vooral een sympathische
funktie. Erectie is vooral een parasympathische funktie. (De chirugische
antomie van de bovenste plexus hypogastrica wordt goed beschreven
in Surg Gynaecol Obstet 67:199,1938) Beschadiging van de bovenste
plexus hypogasttricus is voornamelijk verantwoordelijk voor een
onjuist sluitings-mechanisme van de blaassphincter, waardoor de
ejaculatie in de blaas eindigt. De musculaire componenten van de
blaas-hals en de urethra verbinding zijn afkomstig van de blaasspier
zelf. Ejaculatie van het sperma uit de prostaat en de ductus ejaculatorius
in de achterste urethra wordt vooral verzorgd door sacrale en lumbale
wortels. De bovenste hypogastrische plexus voedt de ondertse plexus
hypogastricus. De onderste plexus hypogastricus innerveert de blaas-sfincter,
de zaadballen, urethra in de prostaat, ductu ejaculatoria en de
corpora cavernosa. Bij beschadiging van de bovenste plexus hypogastricus
ontstaat een contractie van de blaas-sfincter tijdens de ejaculatie.
De ejaculatie van het sperma is dan geblokkeerd en eindigt in de
blaas. Vermijd dus beschadiging van de bovenste plexus hypogastricus:
direct onder het parietale peritoneum over L5/S1 direct distaal
van de bifurcatie en over het promontorium, meer links dan rechts.
Een ragfijn netwerk dat zichtbaar is tijdens het zachtjes wegduwen
van het losmazig bindweefsel over L5/S1 naar rechts. Hier dus nooit
electrocoaguleren. Stomp prepareren. Bij voorkeur retroperitoneaal.
Bij transperitoneale benadering het achterste peritoneum hoog boven
de bifurcatie openen en dan pas stomp naar distaal. Geen electrocoagulatie
bij de vena sacralis centralis: clips of onderbinden. Geen dwarse
incisies over L5/S1 voordat annulus vrijligt.
>>
Spermabank
DEM ( 045 - 522 6198 òf fax 045 - 523 2643
Verlengde Wilheminastraat 14 6431XP Hoensbroek
Zaad in steriel potje, op lichaamstemperatuur, liefst 2-3 monsters
inleveren (fl 75,- per keer) <<
Verschuiving
van de discusprothese
Hoewel de discusprothese uit drie losse onderdelen bestaat, zijn
die drie onderdelen nog nooit van elkaar losgeraakt. Door de inklemming
tussen de wervels is de prothese tot nu toe altijd een stabiel geheel
gebleven.
Verdrukking van het ruggemerg is niet mogelijk, het ruggemerg zit
altijd veel hoger dan de prothese. Ik heb bij de discusprothese
trouwens nog nooit een verschuiving naar achteren gezien. Er is
bij ons dus nog nooit een discusprothese in de richting van de zenuwbanen
geschoven. Prikkeling van de zenuwwortels is wel mogelijk, maar
dan meestal vanaf direct na de operatie.
Verschuiving van de discusprothese naar voren, dus in de richting
van de buik is enkele keren opgetreden. BIj 400 patienten hebben
we dat ongeveer tien keer gezien. Meestal was dat gevolg van onvoldoende
diep implanteren.
Een enkele keer ontstond een verschuiving zonder echt duidelijke
verklaring. Meestal werd de verschoven prothese middels een tweede
operatie via de buik weer keurig en beter op de goede plek gezet.
Bij een tweede ingreep ter verbetering van de positie van de prothese
zijn de algemene risico's hetzelfde als bij de eerste operatie.
Bij een tweede ingreep via de buik is de kans op een verstoring
van de zaadlozing wel duidelijk verhoogd, omdat daarbij de zenuwbaantjes
eerder geirriteerd kunnen raken. In de toekomst hopen we ook deze
verschuiving naar voren niet meer te zien, want sinds 2000 zijn
de achterkanten van de metalen plaatjes van de prothese voorzien
van een ruwer oppervlak.
Verschuiving van de koolstofcage
Een cage (koolstofblokje) verschuift nooit naar achteren en heel
zelden ietsje naar voren. Ik heb nog nooit een complicatie van een
verschoven cage gezien. Een cage kan na enige tijd wel vaker wat
dieper in het wervellichaam zakken. Gewoonlijk is dit ook zonder
verdere gevolgen.
|