Wat levert extra onderzoek op?

De klachten, ziektegeschiedenis en lichamelijk onderzoek vormen de basis van de diagnose. De rug-specialist wil zoveel mogelijk weten over het ontstaan, het soort en het beloop van de rug- en beenklachten. Daarna moeten de rug en de benen worden bekeken. Een gewone röntgenfoto, bloedonderzoek en een skeletscintigrafie (nucleair onderzoek) kunnen zinvol zijn voor een algemene indruk van de rug. Hiermee kunnen we echter alleen de 'harde' botten beoordelen. De 'zachte' weefsels zien we daarmee niet: een hernia of zenuwwortel is op een gewone foto onzichtbaar. De veel voorkomende vernauwingen in het wervelkanaal zijn op gewone foto's maar gedeeltelijk zichtbaar. Daarom kunnen scanners en andere onderzoekingen zinvol zijn. Computertomografie (CT) en magnetische scanner (MRI), tonen de zachte weefsels wèl: de meeste zenuwbeknellingen of hernia's worden dan zichtbaar, dus zonder ruggeprik of andere injecties. Slechts zelden is nog contrast nodig: de 'ruggeprik' of lumbaal myelogram (LMG) wordt alleen nog gebruikt als een hernia niet zichtbaar kan worden gemaakt met een MRI of als implantatie-materiaal het beeld verstoort.. Een spierzenuw-onderzoek (EMG) kan soms nuttig zijn om inwendige zenuwbeschadiging uit te sluiten. Ook bij gezonde mensen zonder klachten worden op de sanners soms hernia's gezien, maar die zijn dan zonder betekenis.. Bij geen van deze onderzoekingen kan het direct verband met de pijn worden aangetoond. MRI laat veel afwijkingen zien, maar geeft onvoldoende inzicht in de mechanische funktionaliteit van de tussenwervelschijf. Daarom blijft de vraag: welke afwijking houdt dan wel verband met de klachten? Of .... waar komt de pijn nu precies vandaan ?


De werkelijke oorzaak van die lage rugpijn is al eeuwen een punt van discussie. Belastings-afhankelijke lage rugpijn ontstaat door het minder goed fuktioneren van de wervels ten opzichte van elkaar en wordt uitgelokt door rug-bewegingen of rug-belasting Verklaringen die vroeger heel aannemelijk werden gevonden, zijn de laatste jaren onjuist gebleken. Zo werd eigenlijk zenuwwortel-irritatie altijd als de belangrijkste oorzaak van rugpijn beschouwd, hoewel een patiënt met een rug-hernia wel beenklachten, maar vaak geen rugpijn hoeft te hebben. Nieuwste inzichten in anatomie, funktie en zenuw-voorziening van de discus maken het aannemelijk dat inwendige annulus-rupturen een belangrijke rol spelen als bron van lage rugpijn. Het blijkt namelijk dat inwendige beschadigingen van de annulus (dus zonder uitpuiling aan de achterkant) even vaak beenpijnen veroorzaken als een echte uitpuilingen (= hernia), maar juist vooral gepaard gaan met intense rugpijnen.

 

TERUG naar overzicht Rugklachten