|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Discus | |
| Een discus bestaat
uit een randstandige annulus en centrale nucleus. De onder druk staande
centrale gelatineuze nucleus wordt in vorm gehouden door de spanning in
de annulus. De discus is opgebouwd uit radiolucente weefsels van complexe
en wisselende samenstelling, waardoor het moeilijk is om het inwendige mechanische
gedrag te voorspellen of te meten. |
|
| Waar komt rugpijn vandaan? | |
|
|
|
|
Belastings-afhankelijke lage rugpijn komt voort uit dysfunktioneren van deze segmenten en wordt geprovoceerd door bewegingen of belasting. De werkelijke oorzaak van die lage rugpijn is al eeuwen een punt van discussie. Verklaringen die vroeger heel aannemelijk werden gevonden, zijn de laatste jaren onjuist gebleken. Zo werd eigenlijk wortelprikkeling altijd als de belangrijkste oorzaak van rugpijn beschouwd, hoewel een lumbale hernia met heftige beenklachten vaak helemaal geen rugpijn veroorzaakt. Nieuwe inzichten
in anatomie, funktie en innervatie van de discus maken het aannemelijk
dat inwendige annulus-rupturen een belangrijke rol spelen als bron van
lage rugpijn. Uit recent onderzoek blijkt namelijk
dat inwendige beschadigingen van de annulus (dus zonder herniatie of andere
deformatie aan de achterkant)
wel even vaak beenpijnen veroorzaken als een echte dorsale annulus uitpuilingen,
maar juist gepaard gaan met intense rugklachten . |
|
| MRI en rugpijn | |
|
|
|
|
De laatste tien jaar is de beeldvormende techniek met sprongen vooruitgegaan. MRI is superieur aan gewone röntgenfoto’s, maar op zich is MRI geen efficiënte methode voor screening of evaluatie van patiënten met lage rugpijn. Er worden te veel afwijkingen gezien waarvan de klinische betekenis absoluut onduidelijk is, afwijkingen die ook bij mensen zonder rugklachten zichtbaar zijn. Er bestaan
wel specifieke kenmerken, zoals een dorsale zone met hoge signaal intensiteit,
welke correlatie zou vertonen met de pijn bij discografie, maar ook daarvan
blijft de klinische relevantie onduidelijk. MRI geeft onvoldoende inzicht
in de mechanische funktionaliteit van de discus. |
|
|
|
|
|
Intradiscale drukmetingen van een gezonde jonge discus tonen een voorspelbare gelijkmatige verdeling van de belasting over de hele discus . Pijnlijke disci gedragen zich anders, de belasting wordt niet gelijkmatig verdeeld: dan komen de krachten meer op de perifere annulus, terwijl de belasting van de nucleus verminderd. De pijnlijke disci hebben op de MRI een bredere posterolaterale annulus en bij drukmeting een lagere stress-verdeling over de nucleus. Dat gaat gepaard met een binnenwaartse bulging van de annulus . Na een dorsale fixatie van het wervelsegment kan wel de bulging van de annulus verminderen, maar de stress concentraties in de discus blijven nagenoeg gelijk . Deze verandering
in het belastings-patroon kan leiden tot pijn-gewaarwording en verdere
dysfunktie veroorzaken: |
|
|
In veel gevallen
is een discografische provocatie-test de enige methode waarmee een verband
kan worden aangetoond tussen een pathologisch substraat op de röntgenfoto
of MRI en de rugpijn
, . Normale disci zijn |
|
| Discografie en verdoving | |
|
|
|
|
Het discografisch onderzoek spitst zich toe op de pijn-herkenning: de memory-pijn. Daarom kan het onderzoek niet worden uitgevoerd in algehele narcose of onder spinale anesthesie: de patiënt moet adequate antwoorden kunnen geven tijdens de provocatietest. Gewoonlijk wordt een discografie dan ook onder plaatselijke verdoving uitgevoerd , , een wat omslachtige en voor de patiënt vaak onaangename procedure. Bij deze lokale infiltratie dient natuurlijk de wortel en annulus vrij te blijven van anaestheticum. Zodra de onderzoeker een zenuwwortel dreigt aan te prikken zal de wakkere patiënt bij lokaal anesthesie direct heftig protesteren, waardoor de kans op wortelbeschadiging tot het minimum wordt beperkt.
Discografie
kan echter ook worden uitgevoerd onder een zogenaamde low dose epidurale
analgesie. In Sittard gebeurt dat al sinds 1989. Onze patiënten voelen
zich daarbij veel prettiger, de response is gelijk aan discografie onder
lokaal anesthesie, en de kans op wortelbeschadiging is niet groter dan
bij de conventionele methode. Een enkele keer is het analgetisch effect
te diep en moet de procedure op een later tijdstip herhaald worden. Een
prospectief gerandomisseerd onderzoek naar het verschil tussen discografie
onder epidurale analgesie en lokale verdoving is nog in bewerking. |
|
| Nadelen discografie | |
| Discografie heeft
een aantal nadelen: het is een invasief onderzoek, röntgen-bestraling
is niet te vermijden, het onderzoek kan vals-positief of vals-negatief uitvallen,
en er bestaat een geringe kans op een spondylodiscitis en wortelbeschadiging.
Theoretisch kan er sprake zijn van allergie voor het contrastmiddel, maar
bij discografie heeft dat nog nooit tot problemen geleid. |
|
| Vibratie-test alternatief voor discografie? | |
| Een eenvoudige niet invasieve vibratie-test, waarbij een electrische tandenborstel op de huid op de processi spinosi wordt geplaatst, wordt als alternatief genoemd voor discografie, maar heeft tot nu toe nauwelijks navolging gehad ,. Hierbij wordt een electrische tandenborstel voorzien van een ronde kop van hard plastic. Het onderzoek gebeurt in de spreekkamer. De patiënt ligt op de symptomatische zijde. Eerst normale palpatie en vervolgens compressie met de vibratorkop op de verschillende processi spinosi. Nu kan de patiënt aangeven of de vibratie pijnlijker is dan de gewone palpatie en of daarbij de pijn kan worden herkend. Deze vibratie-test heeft een gevoeligheid van 88%, maar slechts een specificiteit van 50% in vergelijking met de discografie. Bij totale annulus rupturen is de vibratietest nog veel minder betrouwbaar , , . Als men de
totaal rupturen met de MRI zou kunnen uitsluiten wordt de vibratie-test
wel al veel bruikbaarder, maar discografie biedt nog steeds de hoogste
betrouwbaarheid, zeker als men uitgaat van de reactie van de patiënt
bij het eerste moment van injectie in de discus. |
|
| Conclusie | |
|
MRI is voor screening van patiënten met invaliderende lage rugpijn absoluut onvoldoende informatief, maar zinvol om grove intraspinale afwijkingen uit te sluiten. De beschreven vibratie-test is een alternatieve screening, maar onvoldoende betrouwbaar. Lumbale discografie blijft een onmisbaar en waardevol onderzoek bij patiënten die eventueel in aanmerking komen voor een operatieve behandeling, vooral als het onderzoek wordt gecombineerd met een discale stress-profiel-meting, omdat die bevindingen onafhankelijk zijn van de reacties van de patiënt. Wij geven de voorkeur aan epidurale analgesie. |
|